Mijn kind wil niet naar school
Deel deze blog
Ik zie mijn zoon met tranen over zijn wangen op de rand van het bed zitten. Nu hij naar bed gaat, komt de morgen ook weer dichterbij. Van het vrolijke jongetje van dit weekend is weinig meer over. Hij kijkt me met zijn betraande gezichtje aan en zegt intens verdrietig dat hij niet naar school wil.
Op dat moment voel ik een kneepje in mijn hart. Onze zoon wilde altijd graag naar school. Mijn eerste reactie zit al bijna op mijn tong: "Jawel joh, je vindt school toch leuk?" Gelukkig kan ik die zin inslikken.
Ik ga naast hem zitten en zeg eerst even helemaal niks. Mijn hoofd doet ondertussen van alles. Wat kan er gebeurd zijn? Waarom heb ik niets gemerkt? Is er iets aan de hand op school? Vorige week had hij ook al een keer gezegd dat hij niet naar school wilde. Toen had ik het weggewuifd. Nu ik mijn kleine zesjarige zo zie zitten, voelt dat ineens anders. Ik had toen misschien eerder moeten doorvragen.
Na een tijdje vraag ik voorzichtig wat er aan de hand is.
"Niks", zegt hij.
"Waarom wil je dan niet naar school?"
"Ik wil gewoon niet."
En daar zit je dan. Met een kind dat duidelijk verdrietig is, terwijl de reden nog helemaal verborgen blijft.
Onze zoon is een binnenvetter. Als er iets is gebeurd, als hij pijn heeft of ergens mee zit, vertelt hij dat meestal niet meteen. Rechtstreeks vragen helpt bij hem vaak maar beperkt. Het komt er meestal pas uit als er rust is. Als er geen haast achter zit. Als het gesprek klein genoeg voelt om te beginnen.
Ik probeer het op een andere manier.
"Je bent heel verdrietig. Kun je me vertellen hoe dat komt?"
Ook daar komt geen echt antwoord op. Alleen weer dat hij niet naar school wil.
Uiteindelijk zeg ik dat ik hem graag wil helpen en dat ik dan iets beter moet begrijpen wat school nu zo moeilijk maakt. Langzaam komt het hoge woord eruit.
Het blijkt te gaan om een jongetje uit de klas dat in het spel vaak bepaalt wat er gebeurt. Lastig, want het is ook zijn beste vriend. J. heeft het vaak over hem en kijkt erg tegen hem op. Juist daarom komt het zo binnen dat hij soms dingen moet doen waar hij zelf eigenlijk geen zin in heeft.
We hebben een mooi en open gesprekje. We praten erover dat hij zelf ook iets mag vinden. Dat hij nee mag zeggen. Dat hij niet overal in mee hoeft te gaan omdat een ander dat wil. En dat hij ook met andere kinderen mag spelen als dat op dat moment fijner voelt.
Ik stel voor dat ik dit ook even aan de juf laat weten. Zodat zij weet wat er speelt en een beetje mee kan kijken. Ik wil vooral dat J. zich gesteund voelt. Hij stemt in.
De volgende dag gaat hij naar school. En eigenlijk best oké. Misschien ook wel omdat we het samen hadden besproken en hij wist dat hij zijn eigen keuzes mocht maken.
Als hij uit school komt, zie ik weer een vrolijk jongetje.
's Avonds vullen we samen Slaapklets in. Die gebruiken we regelmatig, omdat het dan vaak makkelijker is om tot een gesprekje te komen en te horen wat er is gebeurd die dag.
Hij vertelt trots dat hij met andere kindjes heeft gespeeld. Dat hij iets moest doen wat hij niet wilde, dat hij nee heeft gezegd en met iemand anders is gaan spelen.
Je voelt de trots in zijn hele houding. Prachtig om te zien.
Slaapklets gaan we de komende tijd weer wat vaker gebruiken. Bij J. werkt dat gewoon goed. Door die kleine vragen komt er soms ineens iets uit wat hij eerder nog voor zichzelf hield. En juist bij hem, als echte binnenvetter, zijn dat soort momentjes goud waard.
Dit moment nemen ze ons niet meer af. Het voelde alsof we het samen hebben aangepakt. En dat is echt een fantastisch gevoel.
Mijn kind wil niet naar school, wat kan er aan de hand zijn?
Als je kind niet naar school wil, kan daar van alles onder zitten. Soms is het vermoeidheid na een druk weekend. Soms is er iets gebeurd in de klas. Soms speelt er iets met een vriendje. Soms vindt een kind de overgang van thuis naar school ingewikkeld. En soms weet een kind zelf nog niet goed hoe het moet vertellen wat er precies dwarszit.
Bij jonge kinderen komt spanning vaak eerder naar buiten in gedrag dan in duidelijke woorden. "Ik wil niet naar school" is dan de zin die eruit komt. De uitleg daarachter heeft soms meer tijd nodig.
Daarom kan het helpen om niet alleen te kijken naar het moment waarop je kind het zegt, maar ook naar wat eromheen gebeurt. Is het vooral op zondagavond? Na een vakantie? Na een drukke schooldag? Na een speelafspraak? Rond bepaalde kinderen? Soms geeft het patroon al voorzichtig richting.
Waarom vertelt mijn kind niet wat er is?
Niet ieder kind vertelt meteen wat er is gebeurd. Sommige kinderen praten makkelijk over hun dag. Andere kinderen houden veel vanbinnen. Ze hebben tijd nodig om te voelen wat er precies is gebeurd, wat ze erbij voelen en welke woorden daarbij passen.
Bij een binnenvetter kan een grote vraag al snel te veel zijn. "Wat is er gebeurd?" lijkt voor ons heel logisch, alleen voor een kind kan dat voelen als een enorme vraag. Zeker op een moment dat er al verdriet, spanning of vermoeidheid zit.
Bij ons werkt het vaak beter als het gesprek klein begint. Een vraag over de dag. Een opmerking tussendoor. Een rustig moment zonder haast. Soms komt er dan ineens een zin uit waar je verder op kunt aansluiten.
Waarom de avond soms meer ruimte geeft dan de ochtend
De ochtend is vaak vol. Aankleden, ontbijten, tanden poetsen, tas mee, schoenen aan, op tijd vertrekken. Als je kind dan zegt dat het niet naar school wil, wil je natuurlijk meteen weten wat er speelt. Je wilt helpen, oplossen, begrijpen.
Alleen zit er op zo'n ochtend al veel druk. Voor je kind en voor jezelf. Daardoor wordt een gesprek al snel te groot.
Bij ons kwam het gesprek juist op gang op de rand van het bed. De dag was bijna voorbij. Er hoefde niets meer. Hij hoefde niet meteen naar school, niet meteen iets op te lossen, niet meteen sterk te zijn. Er was alleen even ruimte.
En soms is dat precies wat een kind nodig heeft om iets te kunnen vertellen.
Hoe Slaapklets kan helpen als je kind veel vanbinnen houdt
Voor ons is Slaapklets voor kleuters een fijne manier om de dag samen af te sluiten. Het boekje stelt kleine vragen, waardoor je kind niet zelf een heel verhaal hoeft te beginnen. Je kijkt samen terug op de dag en vanuit daar ontstaat er vaak vanzelf een gesprek.
Dat kan gaan over iets leuks, iets grappigs, iets waar je kind trots op is of iets dat lastig was. Juist doordat de vragen klein zijn, voelt het gesprek ook klein. En vanuit zo'n klein begin komt er soms veel meer dan je verwacht.
Voor kinderen die veel vanbinnen houden, kan zo'n vast moment helpen. Niet omdat je daarmee alles direct weet of oplost. Het helpt vooral om een ingang te vinden. Een moment waarop je kind merkt: ik mag vertellen, ik word gehoord en we kijken samen verder.
Heb je een ouder kind van 6 jaar of ouder dat moeite heeft om gevoelens onder woorden te brengen? Dan kan Emotieklets een fijne aanvulling zijn. Dit invulboek helpt kinderen stap voor stap om te ontdekken wat ze voelen en hoe ze dat kunnen vertellen.
Wanneer betrek je school erbij?
Als je kind vaker zegt dat het niet naar school wil, is het fijn om school op de hoogte te brengen. Zeker als je merkt dat er iets speelt met vriendjes, spanning in de klas, buikpijn, verdriet of onzekerheid.
Je hoeft daarmee niet te wachten tot het heel groot is. Een korte overdracht aan de leerkracht kan al helpen. De juf of meester ziet je kind in een andere omgeving en kan soms net iets opmerken wat je thuis niet ziet.
In ons geval voelde het goed om de juf te laten weten wat er speelde. Zo wist zij waar ze op kon letten. Voor J. was het vooral belangrijk dat hij wist dat we hem serieus namen en dat hij er niet alleen voor stond.
Wat kun je doen als je kind niet naar school wil?
Als je kind zegt dat het niet naar school wil, helpt het om eerst even stil te staan bij wat je ziet. Is je kind boos, verdrietig, bang, moe of juist gesloten? Soms zegt de houding van je kind al meer dan de woorden die eruit komen.
Daarna kun je proberen om rustig aan te sluiten. Een kind hoeft niet altijd meteen antwoord te geven. Soms komt het later. Tijdens het tandenpoetsen. In bed. In de auto. Tijdens het tekenen. Of via een boekje zoals Slaapklets of, voor oudere kinderen, Emotieklets.
Als je kind uiteindelijk iets vertelt, hoeft het gesprek niet groot of perfect te zijn. Het helpt al als je kind merkt dat je luistert. Dat je meedenkt. Dat je naast hem of haar blijft staan.
En soms is één klein stapje genoeg. Zoals nee zeggen tegen iets wat je niet wilt. Met iemand anders spelen. Of weten dat de juf even meekijkt.
Veelgestelde vragen
Is het normaal dat mijn kind soms niet naar school wil?
Ja, veel kinderen hebben weleens een periode waarin ze minder graag naar school gaan. Dat kan komen door vermoeidheid, spanning, een verandering, een situatie in de klas of iets met vriendjes. Als het vaker terugkomt of je kind echt verdrietig, angstig of lichamelijk gespannen raakt, is het goed om verder te kijken.
Waarom zegt mijn kind alleen "ik wil niet naar school"?
Soms is dat de enige zin die een kind op dat moment kan vinden. De echte reden zit er wel, alleen is die nog lastig onder woorden te brengen. Zeker jonge kinderen hebben soms tijd nodig om te begrijpen wat ze voelen en waar dat gevoel vandaan komt.
Wat als mijn kind niet wil vertellen wat er is gebeurd?
Kies een moment waarop er rust is. Sommige kinderen vertellen weinig als je er rechtstreeks naar vraagt. Een klein begin werkt vaak fijner. Samen terugkijken op de dag, tekenen, wandelen of een kletsboek voor kleuters invullen kan helpen om het gesprek op gang te brengen. Voor kinderen vanaf 6 jaar kan Emotieklets helpen om gevoelens concreter te maken en makkelijker bespreekbaar.
Kan Slaapklets helpen bij een binnenvetter?
Slaapklets voor kleuters kan een fijne ingang zijn voor kinderen die niet vanzelf beginnen met praten. Door de kleine vragen ontstaat er vaak op een rustige manier een gesprek. Voor een binnenvetter kan dat helpen om iets te vertellen wat eerder nog in het hoofd bleef zitten.
Wanneer moet ik school inschakelen?
Als je kind vaker niet naar school wil, veel verdriet laat zien, buikpijn of hoofdpijn heeft, slecht slaapt of angstig lijkt, is het verstandig om contact op te nemen met de leerkracht. Ook bij gedoe met vriendjes of spanning in de klas kan school helpen om mee te kijken.
Wat als mijn kind niet naar school wil door een vriendje?
Vriendschappen kunnen op jonge leeftijd heel intens zijn. Een kind kan enorm tegen een vriendje opkijken en tegelijk moeite hebben om eigen grenzen aan te geven. Dan kan het helpen om thuis te oefenen met zinnen als "nee, dat wil ik niet" of "ik ga nu even met iemand anders spelen". Ook de leerkracht kan helpen door in de klas mee te kijken hoe het samenspel verloopt.
Samen in gesprek blijven
Als je kind niet naar school wil, wil je als ouder graag meteen weten wat er aan de hand is. Dat snap ik heel goed. Ik voelde die onrust zelf ook. Toch merkte ik opnieuw hoe waardevol het is om soms eerst naast je kind te gaan zitten. Even te wachten. Even te kijken wat er komt.
Bij ons kwam het antwoord uiteindelijk wel. Eerst op de rand van het bed. Later via Slaapklets. En daardoor konden we samen iets doen met wat er speelde.
Dat maakte dit moment voor mij zo bijzonder. Niet omdat alles in één keer klaar was. Vooral omdat J. voelde dat hij het kon vertellen. Dat hij zelf iets mocht kiezen. En dat wij hem daarin konden steunen.
Zoek je iets voor een wat ouder kind dat moeite heeft met het benoemen van gevoelens? Kijk dan ook eens naar Emotieklets — een invulboek dat kinderen vanaf 6 jaar helpt om emoties te herkennen en bespreekbaar te maken.